Petri is halverwege de 20 als zijn vriendin hem verlaat. Hij troost zichzelf door zijn creditcard te laten gloeien. Hij koopt en koopt en koopt. Hij wordt er niet gelukkiger van. Petri zit diep in een echte existentiële crisis wanneer hij besluit een zelf experiment te starten: hij verpakt alles (echt alles!) wat hij heeft in een opslagruimte en stelt duidelijke regels op: 1. Het experiment duurt een jaar. 2. Elke dag mag hij een artikel uit het magazijn halen. 3. Het is hem niet toegestaan om in deze tijd nieuwe dingen te kopen. Hij zet zijn leven terug naar het begin. Petri"s nieuwe leven begint naakt in een leeg appartement. De klok tikt, hij wacht tot middernacht als hij het eerste item uit het magazijn mag halen. En als Petri begint te rennen; door een bitter koude januarinacht in Helsinki, alleen gekleed in een krant uit de vuilniscontainer; Hij kan alleen maar gissen naar de uitdagingen waarmee hij dit jaar te maken zal krijgen.